De afgelopen decennia heeft de dovensport wereldwijd aanzienlijke uitdagingen gekend, met name op het gebied van deelname en zichtbaarheid. Tijdens de Deaflympische Spelen van 2021 in Brazilië namen 2.412 atleten deel, maar voor het eerst sinds de Deaflympics van 2005 in Melbourne was er een daling in het aantal deelnemers. Heeft de coronapandemie invloed gehad? Of is de dovensport zelf minder populair geworden?
In augustus 2024 bood het Europees Kampioenschap Deaf Bowling in Brussel, georganiseerd door de European Deaf Sport Organization (EDSO) in samenwerking met de Belgische nationale dovensportfederatie BDC, een uitstekende gelegenheid om het huidige landschap van de dovensport in Europa te verkennen. We spraken met vertegenwoordigers uit België, Zweden, Duitsland en Frankrijk over de huidige situatie en mogelijke oplossingen.
Vergrijzing in de dovensport?
“Hoewel het aantal clubs relatief stabiel blijft, neemt het ledenaantal af, vooral door de vergrijzing van het ledenbestand en het overlijden van oudere atleten,” deelt Jan Van den Braembussche, voorzitter van de Belgische Deaf Sport Committee (BDC), zijn zorgen over de Belgische dovensport. “Er is een merkbare daling in de instroom van jonge dove atleten, wat vroeger beter werd gefaciliteerd door dovenscholen.”
De integratie van dove jongeren in reguliere scholen maakt het moeilijker om hen voor de sport te enthousiasmeren. Frédéric Delsol, een Franse atleet in het bowlingteam, bevestigt dat deze veranderingen in het dovenonderwijssysteem ook de instroom naar de dovensport hebben verzwakt. Volgens hem zijn de cijfers van dovensport in Frankrijk ook gedaald, vooral in minder populaire sporten zoals badminton, bowling en tafeltennis. “Vroeger organiseerden dovenscholen gezamenlijke sporttoernooien, wat zorgde voor contact en deelname aan dovenclubs. Door de integratie in horende scholen verzwakken de dovenscholen, en daarmee ook de verbinding met dovensport,” ziet Frédéric Delsol de toekomst van de dovensport somber in.
Positieve vooruitzichten in de Europese dovensport?
Hoewel er in België en Frankrijk zorgen zijn over de toekomst van de dovensport, is er op het recente Europees kampioenschap Deaf Bowling geen opvallende aanwezigheid van oudere deelnemers in vergelijking met jongere atleten. Ligt dit aan de sport zelf, of is er sprake van een bredere trend? In Duitsland krijgt men de indruk dat er een stijging is in de instroom van jonge sporters in dovensport. De Deutsche Gehörlosen-Sportjugend, de sportfederatie voor dove jongeren in Duitsland, ontvangt financiering van de reguliere Deutsche Sportjugend voor de organisatie van dovensport voor jongeren. Volgens Thomas Ritter, sportdirecteur van het Duitse bowlingteam voor doven, is dit uniek in de wereld. “Dankzij deze steun kunnen we transparanter werken en samenwerken met de horende scholen, wat de instroom van dove jongeren in dovensport bevordert.”
In Zweden heeft de dovensportfederatie zich aangepast aan de nieuwe realiteit, waar veel dove kinderen in reguliere (‘horende’) scholen zitten, vaak met cochleaire implantaten (CI). De nationale dovensportfederatie heeft het aantrekken van deze dove kinderen en jongeren als prioriteit gesteld in hun beleid en hanteert een actieve aanpak om de scholen waar deze kinderen en jongeren zitten te benaderen. “We hebben een medewerker aangesteld die zich bezighoudt met het netwerken met de horende sportfederaties,” legt Anna Polivanchuk van de Zweedse dovensportfederatie uit. “Deze medewerker ontwikkelde een educatief pakket om de bewustwording over dovensport te vergroten bij coaches en andere medewerkers van sportclubs in heel Zweden.” Dit educatieve pakket biedt niet alleen meer kennis over dove mensen en dovensport, maar zorgt ook voor een goede uitwisseling met de dovensportfederatie. Op deze manier kunnen reguliere sportclubs doorgeven als er dove sporters met CI in hun clubs zitten, waarna de nationale dovensportfederatie ervoor zorgt dat deze sporters ook bij de dovensport terechtkunnen. “Het kan ook gebeuren dat de horende clubs zich niet goed bewust zijn van hoe ze met dove sporters moeten omgaan,” maakt Anna Polivanchuk duidelijk. “Dit kan leiden tot een gebrek aan motivatie bij dove mensen om aan sport deel te nemen. Daarom is het heel belangrijk om hen goed te informeren.”
Is samenwerking met reguliere sportfederaties een oplossing?
In Duitsland en Zweden blijkt de samenwerking met reguliere sportfederaties en scholen een succesvol model te zijn. Maar is dit model ook haalbaar in andere landen, zoals België en Frankrijk? Volgens Jan Van den Braembussche is dit in België niet mogelijk vanwege het strikte GDPR-beleid van de reguliere sportfederaties. “We willen graag informatie doorgeven aan hun aangesloten dove leden, maar ze mogen deze gegevens niet delen,” vertelt de voorzitter van het Belgian Deaf Sport Committee, die zijn hoop richt op de media om nieuwe dove atleten aan te trekken. “Een jaar geleden kregen we twee nieuwe jonge dove atleten: een zestienjarige tennisser en een zeventienjarige zwemmer. Gelukkig hebben zij ons gevonden via een krantenartikel over dovensport en vervolgens contact opgenomen via sociale media.”
In Frankrijk ontving de dovensportfederatie vroeger rechtstreeks financiering van de overheid, maar nu is het systeem veranderd en worden alle financieringen geïntegreerd in één federatie voor gehandicaptensport. “Dit zou meer dove atleten moeten aantrekken, maar het tegenovergestelde gebeurt,” beweert Frédéric Delsol, die een afname van het aantal deelnemers aan het nationale bowlingteam constateert, zowel bij mannen als vrouwen. “De deelnamecriteria zijn strenger geworden en sluiten niet aan bij de normen van dove sporters. Dit is niet bevorderlijk voor de duurzaamheid van de dovensport.” Volgens Delsol trekt deze gehandicaptensportfederatie, die voornamelijk wordt geleid door mensen die geen gebarentaal gebruiken, eerder orale dove mensen aan dan dove gebarentaligen, die daarom liever hun eigen activiteiten organiseren.
Is ‘Oralympics’ een terechte kritiek?
Tijdens de laatste Deaflympische Spelen werd steeds vaker opgemerkt dat er meer atleten zonder kennis van gebarentaal meededen. Dit leidde tot kritiek, en het evenement werd zelfs wel eens de “Oralympics” genoemd. Volgens Thomas Ritter verschilt het gebruik van gebarentaal per sport: “Bij bowling wordt meer gebarentaal gebruikt, terwijl bij andere sporten juist meer orale deelnemers actief zijn.” Hij hanteert een communicatieaanpak waarbij hij tegen niet-gebarentalige dove atleten gebarentaal blijft gebruiken, om zo als rolmodel te dienen. “We geloven dat ze gebarentaal kunnen leren en daarin kunnen groeien.”
Hoewel het merendeel van de dove atleten in Zweden gebarentaal gebruikt, zijn er ook CI-gebruikers en doven die liever oraal communiceren. “Zij behoren ook tot onze doelgroep,” legt Anna Polivanchuk van de Zweedse dovensportfederatie uit. “We moedigen hen aan om gebarentaal te leren, maar we passen ons ook aan hen aan, zodat ze zich welkom voelen. Het is belangrijker dat ze zich bij ons geïntegreerd voelen dan dat we hen verplichten gebarentaal te leren.” Ze vertelt over een getuigenis van een vrouw met CI, die zonder voorkennis van gebarentaal in het Zweedse futsalteam voor doven terechtkwam. “De andere teamleden gebruiken wel gebarentaal, maar dragen zelf ook een CI. De nieuwkomer voelde zich met hen verbonden als CI-gebruiker, maar realiseerde zich dat ze de gebarentaal niet kende, wat ze jammer vond. Ze is gemotiveerd om gebarentaal te leren, en het team is bereid haar hierin te ondersteunen, zodat ze zich meer onderdeel van de groep voelt. Ze gaf aan dat het belangrijk is om zich te kunnen identificeren met anderen, zodat ze zich niet alleen voelt en geïnspireerd wordt door rolmodellen,” aldus Anna Polivanchuk.
Het landschap van de dovensport in Europa staat op een kruispunt. In landen als Duitsland en Zweden lijkt de toekomst van de dovensport verzekerd dankzij succesvolle samenwerkingen met horende sportfederaties en scholen. Toch blijft de instroom in andere Europese landen, zoals België en Frankrijk, achter. Dit roept de vraag op of de toekomst van de dovensport misschien sterk afhankelijk zal zijn van de bereidheid om bruggen te slaan tussen dove en horende gemeenschappen.
LEAD REPORTER – SAM VERSTRAETE
CO-REPORTER – KENNY ÅKESSON
SUPPORTING REPORTER – JORN RIJCKAERT